De homobeweging in Nederland, of in elk geval het COC, wilde aanvankelijk geen homohuwelijk, maar relatievrijheid waarbij personen zelf bepaalden welke vorm het huwelijk had, en de overheid slechts de verbintenis vastlegde. Toch is de geschiedenis anders gelopen, en is het homohuwelijk sinds 2001 een feit. Ik heb mijn best gedaan het fragment terug te vinden, maar dat is me niet gelukt: ik herinner me een radiogesprek met een activiste van het eerste uur en die blikte terug dat ze toch niet tevreden is met het homohuwelijk: het is een expliciete ‘whitelist’ van wat mag, terwijl een fundamenteler oplossing het opheffen van de witte lijst is, de relatievrijheid.

Ik zie het wel vaker, of eigenlijk regelmatig: mensen maken stap voor stap (waarde voor waarde) ruimte binnen een categorie. Bij mij duikt het beeld van dimensies op: iemand wordt beschreven met een punt (of wolk, of een andere geometrie, zover heb ik hem nog niet doorgedacht) in een N-dimensionale ruimte. Maar mensen hebben de neiging in discontinue ruimtes te denken, soms is er zelfs maar 1 punt in een bepaalde dimensie (het “tradionele” huwelijk). We hebben er nu een punt bij, het homohuwelijk. Misschien later nog meer, en nemen we dat naar de limiet oneindig, dan hebben we oneindig veel punten en kunnen we een continue ruimte beschrijven, en ik denk wel dat de verscheidenheid van mensen min of meer continue is. Er zullen mensen zijn die met meer dan een partner zouden willen trouwen, met een kat en ga zo nog maar even door. Er zijn natuurlijk beperkingen te verzinnen, zoals trouwen met kinderen, omdat die een grens overschreiden die bijvoorbeeld medisch of psychologisch toch ergens moet liggen. Natuurlijk zijn ook dat voortschreidende inzichten (100 jaar geleden waren dokters het ongetwijfeld eens dat er een medische reden was tegen het homohuwelijk), maar dat neemt niet wel eens over het denken na te denken: in plaats van bepaalde vormen toe te staan, de vorm, binnen de kaders die de rechtstaat elders al definieert, aan de burger zelf te laten, in dit geval dus een (bepaalde mate van) relatievrijheid.

Die discrete ruimte dwingt namelijk naar die discrete punten. De meeste huwelijken zijn hetero, maar zouden ze dat ook zijn als dat niet normaal was? Zelf heb ik meestal weinig belangstelling voor normaliteit, abnormale dingen zijn immers, en hier spreekt misschien mijn wetenschappelijke blik, veel interessanter. Op persoonlijk vlak heb ik geen last van de vorm van het huwelijk, maar wel andere (kleinere) impliciete verwachtingen. Er zijn bijvoorbeeld Nederlandse collega’s die er niet aan wennen dat ik een warme lunch eet. Dan doe ik ‘niet normaal’. Deze gewoonte pikte ik op in Frankrijk (het is veel makkelijker gisteravond iets meer te koken dan nog weer bammetjes te moeten smeren). Fransen die snapten dan weer niets van mijn hekeling van patriotisme, iets wat er daar veel sterker in wordt gegoten. Op zich was dat makkelijker op afstand te houden, immers, ik ben geen Fransman, dus werd dat ook niet op die manier van mij verwacht. Die afstand geeft dus een bepaalde vrijheid. Het zal wel zijn waarom vreemde vogels zoals David Bowie een tijdje in het buitenland gaan wonen, eens even weg van die normaliserende kracht die ze al een leven lang het hoofd moeten bieden.

Als je dan weer ‘terug komt’, dan heb je echter een nieuw probleem: mensen die niet bekend zijn met even afstand nemen, relativeren, en nog altijd in de lokale superioriteit blijven geloven. Daardoor wordt ik wel een beetje bang: wat zie ik ondanks deze ervaring nog over het hoofd? Waar denk ik nog onnodig star over?