Godfried Bomans, ik heb hem buiten mijn boekenlijst gehouden, spreekt over Nederlandse fouten, of eigenlijk, onhebbelijkheden. Niet toevallig komen er een aantal punten naar voren die gaan over taal, en met name zijn tweede punt, “wij discussiëren niet”, doet me erg aan mijn ouders denken, maar inderdaad misschien wel aan Nederlanders in het algemeen. Onlangs luisterde ik naar de Klara.be radiodoc over Jane Austen, die het meermaals over “the art of conversation” heeft, en volgens critici inderdaad omwille van de dialoog misschien nog het meest gelezen zou moeten worden, en dat deed me aan hetzelfde denken: ik heb eigenlijk maar weinig gelegenheid mijn spreekvaardigheid te verfijnen. Ik heb helaas geen dichters of schrijvers, of anderszins mensen met een voorkeur voor taal in mijn kennissenkring of familie, misschien is dat de reden dat het me opvalt. Het meest oefende ik nog in de tijd dat ik in de studentenraad zat, daar kwamen, natuurlijk, mensen bovendrijven die de discussie leuk vonden.

Even later zegt Bomans: “wij zijn als de dood voor pathos”. Herken ik ook in het bijzonder. Misschien toch eens wat lezen; helaas biedt de bibliografie op Wikipedia weinig aanknopingspunten. Bijna jaarlijks boeken na zijn dood?